De Grote Paarse Vrijdag Spelshow

De Grote Paarse Vrijdag Spel Show – middenbouw en bovenbouw

In De Grote Paarse Vrijdag Spel Showshow leren kinderen op een toegankelijke manier van alles over genderrolpatronen ,regenbooggezinnen en de lhbti+- gemeenschap, aan de hand van het thema ‘Jezelf zijn is een feestje!’ In totaal worden er in de spelshow vier spellen gespeeld: het verkleedspel, de regenboogchallenge en de poppenwagenrace en een dancebattle. Ieder spel is gekoppeld aan een onderwerp dat je tijdens Paarse Vrijdag in de klas kan bespreken. Op deze pagina vindt je vragen die je aan de leerlingen kunt stellen, zodat je een open gesprek in de klas kunt voeren. Onderaan de pagina vind je een begrippenlijst. De begrippen bieden houvast, maar het is niet nodig dat je als leraar zelf alles weet over gender- en seksuele diversiteit voordat je het gesprek erover in de klas aangaat. Je kunt samen met de klas antwoorden opzoeken, heel leerzaam juist! Op de volgende websites kun je veel informatie vinden: www.seksediversiteit.nl, www.gendi.nl en www.transgenderinfo.nl.

Wil je meer tips om gender-en seksuele diversiteit te bespreken in de klas? Klik hier voor het leerkrachtenwerkboekje. 

Wil je aan de slag met deze onderwerpen in de klas? Klik hier voor de lesbrieven voor de middenbouw en bovenbouw.

Verkleedspel (genderexpressie)

Tijdens het verkleedspel gaat team beanies de strijd aan met team petjes: wie kan zich zo snel mogelijk verkleden en daarmee laten zien wie zij zijn?  Dit spel biedt aanknoping om met de leerlingen te praten over genderexpressie. Genderexpressie is hoe iemand publiekelijke uitdrukking geeft aan het eigen gender. Ofwel hoe iemand zich gedraagt, kleedt en beweegt. Hoe iemand uiting geeft aan diens gender, hoeft niet samen te hangen met het geslacht, de verwachte genderrol en de seksuele oriëntatie. Manuel kan zich ‘vrouwelijk’ kleden of bewegen, maar dat hoeft niet te betekenen dat hij homo is. En Indra kan wekelijks naar kickboxles gaan, maar ook heel erg van make-up houden. Niet iedereen kan, of wil voldoen aan de verwachtingen van anderen.

Praten over genderexpressie in de klas

Leg de volgende vragen eens voor aan je leerlingen na het kijken van de spelshow:

Stel: Bas speelt met barbies. Bas is geboren als een jongen. Betekent dit dat Bas liever een meisje wil zijn?

Hoe zou het zijn als iedereen op de hele wereld hetzelfde is?

Heb je wel eens iets gedaan wat niet bij jou paste, maar van jou verwacht werd als jongen of meisje?

Regenboogchallenge (‘lhbti’ en pride)

Tijdens de regenboogchallenge houdt Eline de pride-vlag omhoog. Ze vertelt over de lettersoep: lhbti. kennen jouw leerlingen deze letters al? Heteromannen vallen op vrouwen, heterovrouwen vallen op mannen. Homomannen vallen op mannen en lesbische vrouwen op vrouwen. Biseksuele personen vallen op meer dan één geslacht. En soms ben je er nog niet helemaal uit. Ook dat is heel normaal.       

Wees niet bang om de termen te benoemen in de klas. Door de termen hardop uit te spreken, normaliseer je seksuele diversiteit. 

Praten over seksuele diversiteit in de klas

Leg de volgende vragen eens voor aan je leerlingen na het kijken van de spelshow:

Kun je veranderen of je hetero of homo bent? Leg uit.

Op welke manieren kan iemand uit de kast komen?

Wat vind je ervan dat mensen die homo, lesbisch of biseksueel zijn, soms ‘uit de kast’ moeten komen?

Poppenwagenrace (gezinsdiversiteit)

De poppenwagenrace biedt ruimte om het de leerlingen te hebben over gezinsdiversiteit. Ieder gezin ziet er anders uit. gezinnen die bestaan uit één of meerdere lhbtiq+-ouders, worden ook wel regenbooggezinnen genoemd.

Praten over gezinsdiversiteit in de klas

Leg de volgende vragen eens voor aan je leerlingen na het kijken van de spelshow:

Hoe ziet jouw gezin eruit? Kan een gezin er ook anders uit zien?

Wat vind je ervan als Vaderdag en Moederdag op één dag gevierd worden? En hoe kunnen we het dan noemen?

Dancebattle (seksuele diversiteit)

Verliefd zijn is natuurlijk niet voor alle kinderen een vanzelfsprekend thema. Zo heerst er in veel klassen nog altijd een taboe op jongens die verliefd worden op jongens en meisjes die verliefd worden op meisjes. Lesbisch, homo en biseksueel zijn termen op je seksuele oriëntatie aan te duiden: ofwel op wie je verliefd kunt worden. Natuurlijk is het niet gek dat twee mannen verliefd op elkaar zijn. En ook twee vrouwen kunnen met elkaar trouwen. Sta hier met de kinderen bij stil en koppel het gesprek over verliefdheid dan ook aan het thema jezelf (mogen) zijn: het maakt niet uit op wie (en óf!) je verliefd wordt, je moet altijd jezelf kunnen zijn. 

Praten over seksuele diversiteit  in de klas

Leg de volgende vragen eens voor aan je leerlingen na het kijken van de spelshow:

Wat bepaalt op wie je verliefd kunt worden?

Hoe voelt het om verliefd te zijn? Wat voel je? Waar voel je dat? 

Als een meisje een keer verliefd is geweest op een meisje, is ze dan voortaan lesbisch?

Meer vragen zoals hierboven vind je terug in deze lesbrief met daarin Kletskaartjes. De Kletskaartjes  zijn een initiatief van Stichting School & Veiligheid. 

                       

Begrippenlijst

biseksuele mensen

Een biseksueel persoon is iemand die zich (potentieel) romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot meer dan één geslacht of gender.

genderexpressie

Hoe iemand zijn/haar/hen gender uit, bijvoorbeeld door middel van kleding, haarstijl of make-up.

genderidentiteit

Iemands persoonlijke beleving van zijn/haar/hen gender.

homomannen

Iemand die zich romantisch en/of seksueel uitsluitend aangetrokken voelt tot hetzelfde geslacht of gender.

intersekse

Iemand met geslachtskenmerken die buiten de gebruikelijke definities van ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ vallen.

lesbische vrouwen

Een vrouw die zich romantisch en/of seksueel uitsluitend aangetrokken voelt tot andere vrouwen.

non-binair

De genderidentiteit die niet wil of kan kiezen tussen ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ genderidentiteiten. Je kunt non-binaire personen aanspreken met de voornaamwoorden ‘hen’, ‘hun’ en ‘die’.

regenbooggezinnen

Regenbooggezinnen zijn (samengestelde) gezinnen die bestaan uit één of meerdere lhbtiq+-ouders.

transgender 

Als sekse (het aangewezen geboortegeslacht) niet overeenkomt met genderidentiteit (hoe iemand zich voelt/wie iemand eigenlijk is).

voornaamwoorden

Persoonlijke voornaamwoorden gebruik je om naar iemand te verwijzen. Dat kan ‘hij / hem / zijn’ of ‘zij / haar / haar’ zijn, maar ook de genderneutrale voornaamwoorden die/hen/hun.